Reglement 2011
HET REGLEMENT 2011 DOWNLOADEN
Piste
- Vóór de 1ste run zal een verplichte briefing voor alle piloten worden gehouden.
- De piste zal opgereden worden ter hoogte van de garagebox van de technische controle, bovenaan de stands.
- De start zal in golven worden gegeven, op aangeven van de aanwezige standcommissarissen.
- Aan het einde van elke RUN, of ingeval van noodzaak, zullen de rode signalisatielichten worden aangestoken op de volledige omloop. Vanaf dat ogenblik dient elke deelnemer te vertragen en onmiddellijk -aan lage snelheid- de paddock te vervoegen via de pit lane.
- Indien noodzakelijk kan de organisator beslissen een run te « neutraliseren » door twee « safety-cars » op de piste te sturen die niet ingehaald mogen worden, op straffe van uitsluiting.
- Tijdens de duur van een RUN mag een deelnemer slechts halt houden in de pit lane van de stands. Bij het opnieuw oprijden van de piste, zal de deelnemer strikt de instructies van de standcommissarissen aan de uitgang van de pit lane opvolgen.
- Een deelnemer met pech op de piste kan enkel door een voertuig van de organisatie worden teruggebracht. Het is ten strengste verboden de piste in tegenwijzerzin op te rijden, op straffe van onmiddellijke uitsluiting.
- De maximumsnelheid in de stands bedraagt 60 km/u. De maximumsnelheid in de paddock is 30 km/u. Op verschillende plaatsen zullen radarcontroles worden uitgevoerd. Elke deelnemer die zich niet aan deze beperkingen houdt, zal bij de eerste vaststelling met een geldboete van 25 € bedacht worden en zal uitgesloten worden na de tweede vaststelling.
- De organisator kan een deelnemer die een gevaar betekent door zijn rijgedrag of door de slechte staat van zijn motor uitsluiten, zonder enige schadeloosstelling.
- Elke deelnemer zal zich schikken naar de instructies en aanwijzingen die hem door de organisator of stand- en baancommissarissen worden gegeven. Deze laatsten geven hun aanwijzingen met behulp van vlaggen en/of signalisatielichten (zie beschrijving hieronder).
- De dagen zijn bedoeld als training en niet als race. Geen enkele vorm van agressiviteit wordt toegestaan. De organisatie vraagt respect van elkeen van de deelnemers tijdens inhaalmanoeuvres. De traagste piloot houdt zijn lijn aan, de snelste piloot dient op te letten tijdens het voorbij steken.
Vlaggen en lichten
Vlag met gele en rode strepen
Aanwezigheid van olie, water of een andere substantie die deze sectie ongewoon glad maakt.
Gele vlag of gele knipperlichten
Gevaar in deze sectie. Immobiele vlag : verboden in te halen. Gezwaaide vlag : er is gevaar op de piste, vertraag en wees voorbereid om te stoppen. Er is inhaalverbod.
Rode vlag of rode lichten
Einde of onderbreking van de runs. De deelnemers vervoegen de paddock aan lage snelheid.
Witte vlag
Duidt op een trager voertuig op de piste (ambulance of gelijkaardige wagen met blauwe zwaailichten).
Immobiele vlag : u gaat een trager voertuig ontmoeten. Gezwaaide vlag : trager voertuig aanwezig in deze sectie.
Het inhalen van het trager voertuig is toegelaten, andere deelnemers inhalen is verboden.
Downloads:
















